Nieuwe interventiebeschrijving voor kind met ADHD, gecombineerd type

05 januari 2026

Onlangs heeft de Commissie Product- en Module Ontwikkeling (CPMO) een interventie gepubliceerd om de zelfregulatie bij het kind met ADHD (gecombineerd type) te vergroten. Deze interventie vind je in de Databank Vaktherapie, waar alle interventiebeschrijvingen staan. Auteurs van de interventie zijn Vis, E. en Abbing, A..

Probleembeschrijving

Naar schatting voldoet 3 tot 5 procent van de kinderen aan de criteria voor ADHD, waarvan het gecombineerde beeld het meest voorkomt.

ADHD staat voor Aandachtstekortstoornis met Hyperactiviteit en is een beschrijvende diagnose op basis van een combinatie van gedragskenmerken, waarvan de belangrijkste kenmerken hyperactiviteit-impulsiviteit en onoplettendheid zijn. Het gedrag heeft een duidelijke negatieve invloed op het functioneren van het kind.

Mensen met ADHD blijken volgens de GGZ standaarden gedurende hun leven een verhoogde kans te hebben op ongelukken en vroeg overlijden, leer- en werkproblemen (inclusief schooluitval), onderpresteren, lagere productiviteit, ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid, slaapproblemen, relatieproblemen en partnergeweld, seksueel overdraagbare aandoeningen en tienerzwangerschappen, zelfbeschadiging en suïcidepogingen, (problematisch) drugs- en alcoholgebruik en crimineel gedrag. Het stigma op de aandoening en afkeurende reacties van de omgeving op het impulsieve en drukke gedrag of op (negatieve) schoolresultaten, kunnen zorgen voor een negatief zelfbeeld. (Akwa GGZ, 2023)

Doelgroep 

Kinderen (6-12 jaar) met ADHD (gecombineerde type) waarbij de belangrijkste gedragskenmerken onoplettendheid en hyperactiviteit-impulsiviteit zijn.

Context

Basisschool, nuldelijnszorg, eerstelijnszorg.

Doel

Het hoofddoel van de beschrijving voor deze behandelmethode is dat het kind zelfregulerend vermogen toont, passend bij het ontwikkelingsniveau en de context van het kind, ondanks aanwezigheid van ADHD kenmerken. De behandeling is gericht op het versterken van de aandachtsregulatie (verminderen afleidbaarheid), het versterken van de emotieregulatie (verminderen emotionele dysregulatie) en het versterken van de impulsregulatie (verminderen impulsiviteit).

Opbouw van de interventie

De module bestaat uit drie fasen en omvat 12 tot 15 bijeenkomsten van maximaal 60 minuten.

  1. Diagnostische fase 
  2. Behandelfase: de therapeut biedt beeldende activiteiten AG aan de die geleidelijk uitdagender worden en gericht zijn op specifieke doelen binnen de aandacht-, emotie- en impulsregulatie. De interventie is gebaseerd op de methoden van Mees-Christeller (1996), Hauschka (2009) en Püts (2008). 
  3. Afrondingsfase: de therapeut evalueert de resultaten met het kind en de ouders. 

Je leest de volledige interventiebeschrijving op Databank Vaktherapie.