Samen bouwen aan de toekomst van vaktherapie

08 september 2026

In de vorige artikelen kon je lezen over de introductie van de term vaktherapie en de start van de samenwerking van de beroepsverenigingen in de Federatie Vaktherapeutische Beroepen (FVB), nu Vaktherapie Nederland. Dat samenwerkingsverband bestaat dit jaar 20 jaar. Welke ontwikkelingen zijn er door de tijd heen geweest? Betrokkenen van het eerste uur halen herinneringen op.

‘Je maakt maar één keer een eerste indruk’

Irene Rentenaar, in totaal achttien jaar werkzaam bij de federatie waarvan twaalf jaar als directeur “De eerste jaren lag de focus op het op orde brengen van gezamenlijke documenten. Er moest een meerjarenbeleidsplan met begroting komen, een gezamenlijke beroepscode, een klachtenprocedure en veel meer. Je kunt naar buiten toe maar één keer een eerste indruk maken. We moesten dus zorgen dat we ons koffertje met materialen op orde hadden. Er zat veel druk op omdat zo snel mogelijk gerealiseerd te krijgen.”

Renate Hoenselaar was bij de start bestuurslid PR en werkte samen met bureaumedewerker Wanda Kuipers aan de communicatie bij de start van FVB. “Voor ons was de grootste opdracht om gezamenlijk met één beeld naar buiten te treden. We hebben hiervoor foto’s, flyers, logo’s en een website ontwikkeld.” Het waren tropenjaren, vertelt ze, want alles wat ze deed was vrijwillig, naast een vijfdaagse werkweek. “Als iets uiteindelijk af was, hadden we een vreugdemomentje: dit is gelukt!” 

Samen sta je sterker

Alleen ben je klein en kwetsbaar. Samen kun je meer gewicht in de schaal leggen. Dat was de boodschap die Luuk Sietsma in zijn vijf jaar als eerste voorzitter van FVB verkondigde. “Wat is de noodzaak van samenwerking? Je bent niet elkaars concurrent, er is werk zat. Om niet weg te waaien moet je juist blijven samenwerken. En massa is nu eenmaal belangrijk. De samenwerking maakt je één grote groep. Als je niet samenwerkt, ga je kopje onder in de wereld van het geld en de zorgverzekeraars. Je moet elkaar niet loslaten en blijven samenwerken, ondanks dat het weleens moeilijk is.”

Die samenwerking kwam weleens onder druk te staan. Pauline Zwart, voorzitter van FVB van 2011 tot 2016, verwoordt die dubbelheid: “Vaktherapie was nog geen naam waar iedereen zich in herkende. Vaktherapeuten voelden zich vooral verbonden met hun eigen beroepsgroep en minder met de andere beroepsgroepen. Tegelijk begreep iedereen ook wel dat het nodig was om samen te werken om het vak beter te profileren en meer invloed te hebben bij werkgevers, zorgverzekeraars, enzovoort. Samen sta je sterker.”

Belangenbehartiging

Welke eigenschaap van vaktherapeuten heeft grote impact gehad op de ontwikkeling van de samenwerking binnen de federatie? Volgens Pauline is dat de bereidheid te betalen voor de gezamenlijke belangenbehartiging.

Marian Veldman was voorzitter van de NVVS toen die zich in 2017 aansloot bij FVB, als tweede vereniging nadat de NVPMKT zich in 2014 ook had aangesloten. Marian vertelt: “De federatie groeide, werkte aan professionaliteit en zocht naar mogelijkheden om aan belangrijke tafels aan te schuiven. De drive was groot. Irene Rentenaar was óveral.”

Mijlpalen in de samenwerking

Eén document dat een mijlpaal is geweest, is voorgekomen uit samenwerking met externe partijen, aldus Irene: “Het hele project met de Nederlandse GGZ en ons eerste beroepscompetentieprofiel is iets waar ik met trots op terugkijk. Dat we daar überhaupt aan tafel gekomen zijn en dat vaktherapeuten zijn meegenomen in het rijtje beroepscompetentieprofielen die ze aan het ontwikkelen waren met de andere beroepsgroepen in de ggz is heel belangrijk geweest.”

Een andere mijlpaal was de start van een samenwerkingstraject met Zorginstituut Nederland. In dit traject werkten we als FVB aan het aanleveren van de gegevens die nodig zijn om de effectiviteit van vaktherapie in de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) te onderbouwen.

Irene: “Ik was vanaf het begin, rond 2010, 2011, betrokken bij het hele traject met Zorginstituut Nederland. Álles wat we gedaan hebben om dat traject tot stand te brengen! Los van het feit dat het zo lang duurt, dat we nog stééds aan tafel zitten en dat Zorginstituut Nederland hier serieus mee bezig is, dat is een hele ontwikkeling.”

“En dat we nu op veel plekken aan tafel zitten dan. We zijn onderdeel van Samenwerkende Beroepsverenigingen Jeugd (SBJ), lid van Akwa GGZ en we worden voor een bijdrage aan richtlijnen en zorgstandaarden uitgenodigd. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is.”

--> Zie de pagina Samenwerkingsverbanden voor meer informatie over SBJ en Akwa GGZ.

Achter de schermen en op het scherm

Irene: “We zijn in de loop van de jaren veel dingen vóór geweest en hebben problemen achter de schermen voorkomen of opgelost. Dat gaat met stille diplomatie. Daar kun je niet teveel ruchtbaarheid aan geven.”

Wat letterlijk op het scherm gebeurt, zijn de dossiers op de website, zoals over jeugdhulp en voor vrijgevestigden. “Veel vaktherapeuten zijn zich er niet bewust van dat er zoveel informatie te vinden is.”

‘Jij bent belangenbehartiger voor jouw vak’

Door de jaren heen is er steeds gewerkt aan professionalisering en zichtbaarheid. Er zijn samenwerkingen aangegaan en versterkt, met mooie resultaten. De goede strijd is nog niet volledig gestreden, er is voor de toekomst nog genoeg terreinwinst te boeken.

Irene haar oproep aan jou: “Realiseer je dat je te allen tijde belangenbehartiger bent voor je vak. Dus doe iets met alles wat je aangereikt wordt. Met de presentaties, de richtlijnen waar vaktherapie in staat, de conceptbrieven die Vaktherapie Nederland maakt, alle mogelijkheden rondom de Week van de Vaktherapie”, kortom, met alles wat tot je beschikking staat voor een succesvolle loopbaan als vaktherapeut. 

 

**

Natuurlijk zijn er nog veel meet ontwikkelingen te noemen. Onderzoek en het Kwaliteitsregister Vaktherapie bijvoorbeeld. Deze thema’s krijgen in een volgend artikel aandacht.