Jubileumartikel: ‘Onderzoek waarderen in zijn kracht’
07 oktober 2026Bij het ontstaan van Vaktherapie Nederland twintig jaar geleden stond onderzoek binnen vaktherapie nog in de kinderschoenen. Vaktherapeuten zagen dagelijks wat hun interventies cliënten opleverden, maar het systematisch beschrijven, onderzoeken en onderbouwen was nog geen vanzelfsprekend onderdeel van het vak. De afgelopen decennia is dat ingrijpend veranderd.
Waarom onderzoek belangrijk werd
Luuk Sietsma, de eerste voorzitter van Vaktherapie Nederland, herinnert zich dat onderzoek aanvankelijk niet door iedereen als vanzelfsprekend werd gezien. "Onderzoek werd vaak aan de kant geschoven. ‘We doen toch goed werk, dat weet iedereen toch wel’ was de gedachte die heerste." Tegelijkertijd veranderde de omgeving snel. Zorgverzekeraars, beleidsmakers en andere partijen wilden steeds vaker weten wat vaktherapie precies opleverde. Voor Luuk was de conclusie helder: "Leer onderzoeken, want daar ligt je overleving. Je moet duidelijk maken aan artsen, opdrachtgevers en zorgverzekeraars dat wat je doet werkt."
Volgens Luuk lag daar een belangrijke opdracht voor de lectoraten, die vlak voor de oprichting van Vaktherapie Nederland ontstonden. Luuk: “Het was niet voor iedereen evident hoe je onderzoek doet. In de tijd dat de lectoraten ontstonden, hadden ze ook de taak: leer ons onderzoeken. Want onderzoek doen is een vak apart. Het vraagt om een hoger abstractieniveau om onderzoek te kunnen waarderen in zijn kracht.”
Opkomst lectoraten
Een belangrijke aanjager van onderzoek was de opkomst van lectoraten begin deze eeuw. Huub Notermans, bestuurslid Kennisinnovatie in 2009, ziet de lectoraten als een sleutelmoment. "Vanaf 2002 ontstonden de lectoraten. Daar begon min of meer de academisering. Toen kwam echt het accent op aantonen van effecten en het beschrijven en theoretiseren van het vak."
Gorry Cleven, voorzitter van de NVCT tot aan de oprichting van de federatie in 2006, herinnert zich hoe de beroepsgroepen beseften dat samenwerking noodzakelijk was om onderzoek en kennisontwikkeling verder te brengen. “Het risico was dat er geen enkel lectoraat zou ontstaan omdat elke beroepsgroep op zichzelf te klein was. Toen gingen we met alle opleidingen samen in gesprek om een gezamenlijk lectoraat in te richten. Een belangrijke stap in de professionalisering van het vak.”
Impliciete kennis expliciet maken bij de CPMO
Een belangrijke rol van het expliciteren van kennis lag ook bij de Commissie Product- en Moduleontwikkeling (CPMO). Deze commissie houdt zich bezig met het beschrijven, ontwikkelen en verbeteren van vaktherapeutische interventies, producten en modules. Opvallend genoeg bestaat de CPMO zelfs al langer dan Vaktherapie Nederland zelf. Als een van de eerste samenwerkingen tussen de beroepsgroepen legde de commissie al vroeg een basis voor het vastleggen en delen van kennis binnen het vakgebied.
Rix van der Beek zit al meer dan twintig jaar in de commissie. Zij ziet een duidelijke verschuiving van impliciete naar expliciete kennis. "Er gebeurde toen heel veel impliciet", vertelt ze. "Wat werkt in de praktijk, ga dat maar eens op papier zetten. Dat is niet zo makkelijk."
Door de jaren heen werden product- en modulebeschrijvingen steeds beter onderbouwd en samenhangender. "Als je de producten van vroeger vergelijkt met hoe ze nu zijn, zie je echt wat voor slag we hebben gemaakt in kennisontwikkeling." Volgens Rix is die ontwikkeling nooit afgerond: "Je bouwt altijd voort op wat anderen hebben gedaan. Je staat op elkaars schouders."
Onderzoek als belangrijke pijler binnen de federatie
Kennisontwikkeling was een belangrijke pijler in de samenwerking tussen de beroepsverenigingen in de federatie. De CPMO kwam onder Vaktherapie Nederland te vallen. Er kwam een bestuurlijke portefeuille Kennisinnovatie, die Huub Notermans acht jaar voor zijn rekening heeft genomen. Hij vertelt: "Er ontstonden op basis van vraag en behoefte diverse samenwerkingsverbanden en overlegstructuren."
Hierin verbonden we als federatie docenten van opleidingen, onderzoekers binnen lectoraten en werkveldgroepen van de beroepsverenigingen met elkaar. Samen brachten zij de beschikbare evidentie rondom vaktherapie in kaart. Lectoren hielpen daarbij met het ontwikkelen van zoekstrategieën en onderzoeksopzetten. Zo ontstond een infrastructuur waarin kennis niet langer vooral binnen afzonderlijke disciplines bleef, maar vaktherapiebreed beschikbaar kwam.
Tegelijkertijd nam ook de maatschappelijke druk om die kennis zichtbaar te maken toe, vanwege ontwikkelingen binnen de gezondheidzorg. De samenwerking van Vaktherapie Nederland met Zorginstituut Nederland leidde tot inventarisaties van bestaande evidentie en onderzoeksagenda’s.
"De professionalisering van Vaktherapie Nederland liep parallel aan de academisering van het vakgebied”, aldus Huub.
Kennisdeling binnen de beroepsgroep en daarbuiten
Ook kennisdeling kreeg een steeds belangrijkere plek. De kennis die binnen onderzoek, opleidingen en beroepsverenigingen werd opgebouwd, vond zijn weg naar zorgstandaarden en generieke modules. Daarmee werd vaktherapie niet alleen beter onderbouwd voor vakgenoten, maar ook zichtbaarder voor cliënten, verwijzers en andere zorgprofessionals.
Huub Notermans was nauw betrokken bij deze ontwikkeling. Volgens hem waren de zorgstandaarden "een fantastische ontwikkeling", omdat vaktherapie hierdoor steeds steviger werd gepositioneerd binnen de gezondheidszorg.
Er kwamen meer kennisnetwerken waarin vaktherapeuten zich rondom een specifiek thema verzamelen met als doel onderzoek te stimuleren en kennis te delen. Huub: "Mensen verbinden, bij elkaar brengen, dan krijg je kennisinnovatie. Dan gaan mensen geïnspireerd raken door en van elkaar."
Daarnaast groeide het Tijdschrift voor vaktherapie uit tot een medium waarin steeds vaker onderzoeksresultaten werden gepubliceerd. Volgens Luuk Sietsma speelde het tijdschrift daarmee een belangrijke rol in de ontwikkeling van de onderzoekscultuur binnen de vaktherapie. "Hierin werden steeds meer onderzoeksverslagen gepubliceerd. Dat is belangrijk, want zo leer je te lezen hoe het moet." Het tijdschrift reikte verder dan de vaktherapeuten. "Het is een visiteblaadje naar de buitenwereld om te tonen wat je doet en hóe."
Nog zo’n mooie ontwikkeling was de komst van de Databank Vaktherapie in 2019. Hierin verzamelen we onderzoeksartikelen, producten en modules. Dat die informatie vrij toegankelijk is, is een bewuste keuze. De databank ondersteunt vaktherapeuten bij hun dagelijks werk, en maakt ook voor verwijzers, onderzoekers, beleidsmakers en andere geïnteresseerden zichtbaar welke kennis en evidentie er binnen de vaktherapie beschikbaar is.
Onderzoeksbewustzijn is gegroeid
Gorry Cleven ziet een duidelijke vooruitgang onder vaktherapeuten: "Het onderzoeksbewustzijn is vele malen groter geworden." Er is de afgelopen decennia een grote ontwikkeling doorgemaakt waarin steeds meer onderzoek is gedaan en er steeds meer mogelijkheden zijn aangegrepen om het onderzoek te gebruiken om de beroepsgroep en de positie in het veld te versterken.
Toch is de ontwikkeling nog niet afgerond. Nieuwe onderzoeksvragen, innovaties en maatschappelijke ontwikkelingen blijven vragen om verdere kennisopbouw. Terugkijkend is er al veel bereikt, maar we blijven bouwen aan wat nog mag komen in de toekomst.
Agenda
-
28 sep.
2-daagse nascholing 'Wat bezielt jou?' - Over de persoon van de therapeut en de therapeutische relatie.
-
-
09 okt.
Masterclass Dynamic Expressive Focusing
-
-
17 okt.
3 daagse introductie training | LBMS
-
-
19 okt.
Onzichtbaar verdriet- 2 daagse training
-
-
24 okt.
Acceptance and Commitment Therapy (ACT)
-